Het woord ‘progressie’ komt van een oud Frans woord, progres, dat in gebruikt raakte in de 16e eeuw en dat afgeleid was van het Latijnse woord progressus (vooruitgang) wat komt van het werkwoord progredi (vooruit gaan, voortgaan, voortschrijden), een woord dat is opgebouwd uit de delen pro (voort, voor) en gradi (lopen, gaan). In het algemene gebruik is het woord progressie verbetering, vooruitgang, groei, ontwikkeling gaan betekenen. 

 

Hoewel progressie meestal verwijst naar iets dat beter wordt, zijn hier enkele uitzonderingen op. Ten eerste wordt het woord soms gebruikt om een toename in de schaal of de ernst van een ziekte te beschrijven (bijvoorbeeld kanker). Ten tweede kan het woord een politieke connotatie hebben, vooral wanneer het wordt gebruikt als een bijvoegelijk naamwoord (progressief). In die zin kan het ofwel in een min of meer neutrale zin gebruikt worden (wanneer gerefereerd wordt aan het verbeteren van de omstandigheden waarin mensen leven) ofwel verwijzen naar politiek links beleid (zoals inkomensherverdeling via belastingen).

 

Laten we terugkeren naar de hoofdbetekenis van het woord ‘progressie’ (vooruitgang, verbetering). Deze kan gebruikt worden op enorm uiteenlopende aggregatieniveaus. Het kan bijvoorbeeld verwijzen naar een persoon die een klein stapje in de richting van de realisatie van een doel zet maar ook naar een samenleving waarin bijvoorbeeld de misdaadcijfers gedaald zijn. Progressie kan ook verwijzen naar enorm uiteenlopende tijdschalen. Het kan bijvoorbeeld van toepassing zijn wanneer iemand in een gesprek iets doet (bijvoorbeeld iets aardigs zegt) waardoor er een de-escalatie optreedt.  Maar het kan ook verwijzen naar een enorm trage en geleidelijke verbetering van de samenleving of beschaving zoals het geval is bij de geleidelijke afname van geweld die heeft plaatsgevonden over een periode van duizenden jaren. Verder kan progressie verwijzen naar een uiteenlopende reeks van objecten. Ik zou het onderscheid willen maken tussen 1) persoonlijke progressie  (je beter voelen, meer kennis hebben, realistischere opvattingen hebben, productievere gewoontes, vaardigheden, etc.), 2) sociale progressie (afspraken, samenwerking, relaties, etc.), 3) resultaatsprogressie (hogere cijfers, het winnen van een prijs, hogere omzet, groter marktaandeel, meer winst, een hogere klantloyaliteit, etc.) en 4) structuurprogressie (prettigere werkomgeving, betere wetgeving, duidelijkere regels, betere afspraken, etc.).

 

In hun boek The progress principle, noemen Theresa Amabile en Steven Kramer het nuttige concept van betekenisvolle progressie. Ze stellen dat het boeken van progressie de krachtigste motivator is die mensen kunnen ervaren maar alleen wanneer die progressie betekenisvol is voor de persoon die hem boekt. Wat belangrijk is, volgens Amabile en Kramer, is of je het gevoel hebt dat je werk bijdraagt aan en waardevol is voor wat of wie je belangrijk vindt.  Hoewel een toename in de verkoop van een bepaald product dus gezien kan worden als progressie zal deze alleen betekenisvolle progressie zijn en dus een motivationeel effect hebben wanneer de verkopers  in zekere mate geloven in en enthousiast zijn over het product omdat ze het product zien als iets dat bijdraagt aan iets dat zij belangrijk vinden. Het concept betekenisvolle progressie sluit aan bij concepten die ik eerder noemde op deze site zoals zelfconcordantietheorie (zie hier en hier) en ‘fit of goals’ (passendheid van doelen; zie dit bericht.

 

Het zou ook nuttig kunnen zijn om onderscheid te maken tussen persoonlijke progressie en gemeenschappelijke progressie. Terwijl persoonlijke (of individuele) progressie betekenisvol kan zijn voor de persoon kan zij, in sommige gevallen, schadelijk zijn voor anderen. Een inbreker die bijvoorbeeld een efficiëntere manier heeft ontdekt om huisdeuren open te breken kan daardoor gemakkelijker geld voor zijn gezin vergaren.  In die zin zou je van progressie kunnen spreken. Maar tegelijk zou deze progressie anderen schaden en regressie betekenen voor hen. Het type progressie dat bijzonder waardevol is is de progressie die gemeenschappelijk is. Bij gemeenschappelijke progressie hebben beide partijen voordeel.  De meeste handelstransacties zijn, in bepaalde mate, voorbeelden van gemeenschappelijke progressie omdat beide partijen er baat bij hebben (meer hierover). Wanneer praktijken van gemeenschappelijke progressie gewoontes worden en lang worden volgehouden en geïnstitutionaliseerd kan grootschalige collectieve progressie optreden.

 

Ik zou willen stellen dat gedrag een hoofdrol speelt in het tot stand komen van progressie.  Ik denk dat je richten op gedragsprogressie de beste manier is om progressie te bewerkstelligen en te monitoren.  Hoewel vaak aangenomen worden dat alleen situationele factoren (gebeurtenissen, kansen, middelen, etc.) en persoonlijke factoren (talenten, kwaliteiten, vaardigheden, gedachten, overtuigingen, etc.) gedrag veroorzaken is dit niet het geval. Eén factor die gedrag veroorzaakt wordt stelselmatig onderschat en die factor is gedrag zelf. Meer dan 2000 jaar geleden was Aristoteles een van de eerste mensen die dit onderkende. Hij zei: “Wat we eerst moeten leren om te doen, dat leren we al doende: door huizen te bouwen wordt men bouwmeester, door de citer te bespelen wordt men citerspeler. Zo worden we ook rechtvaardig door rechtvaardige daden te verrichten, bezonnen door bezonnene en dapper door dappere….” Een eeuw geleden, ongeveer, pikte William James, één van de belangrijkste grondleggers van de moderne psychologie, dit thema op en hij werkte het uit. Hij zei: “Als je een bepaalde kwaliteit wilt hebben, gedraag je dan alsof je die kwaliteit al hebt.” James had de hypothese dat de manier waarop we ons gedragen bepaalt hoe we ons voelen, hoe we denken over onszelf, wat we geloven en hoe we ons in de toekomst zullen gedragen.

 

In een nieuwe boek, Rip it up, laat Richard Wiseman zien hoe de hypothese van William James (die Wiseman het As if principe noemt) nu uitgebreid onderzocht en bevestigd is in veel experimenten. Een eerste implicatie van het As if principe is dat, wanneer je idee hebt over hoe je je zou willen gedragen, een gemakkelijke manier om dat te realiseren is om je gewoonweg op die manier te beginnen te gedragen als is het maar op een heel kleine manier. Een tweede implicatie is dat wanneer je wilt dat mensen zich op een bepaalde manier gaan gedragen een gemakkelijke manier om dat te stimuleren is om hem ertoe te bewegen zich al een heel kleine beetje op die manier te gedragen. Ook is het verstandig om je feedback te richten op die delen van hun gedrag die al een beetje overeenstemmen met hoe je wilt dat ze zich meer gaan gedragen. .Een derde implicatie is de volgende: als mensen nog geen doel hebben, geen idee over hoe ze willen dat hun situatie of leven eruit komt te zien dan is het verstandig om hen te helpen hier een begin aan te maken door gedragsgerichte vragen zoals: 1) wat zou je graag willen kunnen doen?,  2) als je situatie beter is geworden wat kun jij dan doen?, 3) als het beter gaat wat zien andere mensen jou dan doen?, 4) wat doe jij al dat werkt en dat je graag meer zou willen doen?, 5) wanneer heb jij in het verleden als eens iets gedaan dat goed werkte? Hoe kun je dat gebruiken om een stapje vooruit te zetten?

 

Wat denk je hierover?

 

English version

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (4)