De belemmerende effecten van impliciete zelfovertuigingen Onze overtuigingen over onszelf kunnen een sterke invloed hebben op hoe we ons gedragen en op hoe goed het met ons gaat. Van onze overtuigingen over onszelf zijn we ons niet altijd bewust. Er bestaan wat we noemen impliciete zelfovertuigingen. Een voorbeeld van zo’n impliciete zelfovertuiging kan zijn: ‘ik ben geen wiskundepersoon’ of ‘wiskunde is niets voor mij’. Onderzoekers Cvencek et al. (2015) van de universiteit van Washington kwamen er in een onderzoek bij 299 lagere schoolleerlingen uit Singapore achter dat deze jonge kinderen vaak al onbewuste gedachten hebben over of zij wel of niet een ‘wiskundepersoon’ zijn.

Om de zelfovertuigingen van de leerlingen zichtbaar te maken namen zij een test af om seksestereotypen over wiskunde te meten en een impliciete associatietest (IAT) om verborgen zelfovertuigingen zichtbaar te maken over verschillende onderwerpen. Ook maten zij bewuste (expliciete) zelfovertuigingen door leerlingen naar tekeningen met daarop jongens en meisjes te laten kijken en te vragen hoe leuk deze getekende figuren wiskunde zouden vinden.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat impliciete, onbewuste, zelfovertuigingen correleerden met wiskundeprestaties. Impliciete zelfovertuigingen kunnen mede bepaald zijn door stereotypen die leven in een bepaalde cultuur en zij kunnen al jong bestaan. Ze zijn moeilijk te herkennen omdat het kind zich er zelf niet van bewust is. En ze zijn belangrijk omdat het presteren van kinderen beïnvloeden.

Dit onderzoek gaat over wiskunde maar de bevindingen ervan beperken zich niet tot wiskunde, vermoed ik. Impliciete zelfovertuigingen kunnen betrekking hebben op allerlei onderwerpen. Zo kunnen kinderen ook al op jonge leeftijd de impliciete zelfovertuiging hebben dat ze ‘niet slim’ zijn. Een dergelijke overtuiging kan natuurlijk gevoed zijn door in de cultuur levende stereotypen over mannen en vrouwen of over huidskleur. Het lijkt me verstandig om kinderen al op jonge leeftijd bloot te stellen aan het idee van de groeimindset dat zegt dat iedereen zich kan ontwikkelen. Ook het confronteren van leerlingen in gestereotypeerde groepen aan positieve rolmodellen kan een goede rol spelen.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (7)
  • Bruikbaar (4)