Lance Armstrong Oprah Winfrey

Oprah: “Wat was voor jou de fout of de fouten die maakten dat jij alles op het spel zette?”

Lance Armstrong: “Ik denk dat meedogenloze verlangen om te winnen. Winnen ten koste van alles, werkelijk.”

 

Terwijl Lance Armstrong toegaf dat hij al die tijd had gelogen over zijn dopinggebruik dacht ik terug aan een boek van Alfie Kohn dat ik las in 2001 No Contest: The Case Against Competition. In dat boek beschreef Kohn hoe we de neiging hebben om veel dingen te veranderen in een wedstrijd (op het werk, op school, bij spel, thuis) omdat we aannemen dat doelgericht werken en voldoen aan bepaalde standaarden alleen kan plaatsvinden wanneer we concurreren met andere mensen. Door taken of spel te zien als een wedstrijd definiëren we de situatie als een situatie van MEGA: mutually exclusive goal attainment. Dit betekent: mijn succes hangt af van jouw falen. 

 

Kohn zegt dat dit noch wijs noch onvermijdbaar is. Hij laat de volgende dingen zien:

  1. competitiviteit is GEEN onvermijdelijk kenmerk van de menselijke natuur; de menselijke natuur wordt in belangrijk mate gekenmerkt door het tegenovergestelde: samenwerking,
  2. superieur presteren is niet afhankelijk van competitie; sterker nog: het vereist zelfs vaak haar afwezigheid (omdat competitie mensen vaak afleidt van de taak profiteert het collectief vaak niet van onze individuele wedstrijdjes),
  3. competitie in sport zou weleens minder gezond kunnen zijn dat we vaak denken omdat het bijdraagt aan een competitieve mindset (terwijl onderzoek laat zien dat niet-competitieve spelletjes tenminste even plezierig en uitdagend kunnen zijn als competitieve spellen),
  4. competitiviteit vormt geen goed karakter; het ondermijnt zelfwaardering (de meeste deelnemers aan de wedstrijd kunnen niet winnen omdat per definitie niet iedereen kan winnen),
  5. competitie beschadigt relaties,
  6. een competitieve mindset maakt het transformeren van organisaties en samenlevingen moeilijker (omdat deze dingen juist een collectieve inspanning en lange termijn commitment vereisen).

 

Ik denk dat veel mensen die dit boek lezen in zichzelf een neiging herkennen om competitief te denken en zich uitgedaagd en geïnspireerd zullen voelen om te veranderen. En dat is goed. Uiteindelijk is ons aller lot verbonden. Onze uitdaging is om culturen te bouwen waarin prosociale gedragingen en een coöperatieve mindset worden gestimuleerd. De competitieve mindset kan worden afgeleerd, ten minste tot op zekere hoogte. Door de gewoonte te ontwikkelen om taken te zien als coöperatief kunnen we de gebruikelijke egoïsme/altruïsme dichotomie overstijgen: door anderen te helpen en door het collectief te helpen, help je jezelf.

English version

Print Friendly