Wanneer je met mensen praat die ergens boos over zijn, dan is het in het algemeen verstandiger om je niet zozeer te concentreren op hun boosheid maar op de reden voor hun boosheid. Het is misschien een subtiel verschil maar wel een belangrijk verschil. Door de jaren heen heb ik vele gesprekken mogen observeren, bijvoorbeeld tussen coaches en cliënten en tussen leidinggevenden en medewerkers. Er is me iets interessants opgevallen in gesprekken waarin één van de gesprekspartners boos is. Die boosheid kan bijvoorbeeld geuit worden in een opmerking als: “Ik vind het belachelijk wat hier gebeurt!” Wat er dan nogal eens gebeurt, is dat die coaches of leidinggevenden, als ze de boosheid van hun gesprekspartner opmerken, gaan praten over die boosheid. Dit doen ze dan bijvoorbeeld door op te merken: “Ik zie dat je boos bent”, of door te vragen: “Waarom ben je nou zo boos?”, of: “Je hoeft niet zo boos te worden, hoor.” Wat ik vervolgens vaak observeer, is dat de boosheid van de andere persoon, niet zozeer minder wordt. Soms wordt deze zelfs intenser. Ze kunnen bijvoorbeeld met extra stemverheffing iets zeggen als: “Inderdaad ja, ik ben boos. Dat heb je goed gezien, ja!” Lees verder »