Autonomie-ondersteuning in de klasGerard, een Havo-docent keek de klas in van een collega, Wim, en zag tot zijn verbazing dat deze klas, die als zeer lastig bekend stond binnen de school, rustig en ontspannen aan het werk was. Hij sprak Wim tijdens de pauze met een verbaasde glimlach aan: “Hoe heb jij dat voor elkaar gekregen, man? Bij mij is het met deze klas een en al gedonder! Ik zie geen andere mogelijkheid dan om ze keihard aan te gaan pakken. De zweep erover!” Wim glimlachte en zei toen dat hij het principe van autonomie-ondersteuning toepaste in zijn klas en dat dat heel goed werkte. Hij legde uit dat het onder andere neerkwam op keuzevrijheid bieden, leerlingen heel serieus nemen en dat de aanpak niet-autoritair was. Toen hij dat hoorde zei Gerard: “Dat vind ik nogal naïef klinken van je. Als je dat doet lopen ze zo over je heen!”

Wat is autonomie-ondersteuning? In dit filmpje schreef ik over vier veel gebruikte maar niet-effectieve manieren om te proberen onderwijs te verbeteren: (1) het invoeren van strenge toetsingsprogramma’s, (2) grote hoeveelheden huiswerk geven, (3) de nadruk leggen over belonen, straffen en controleren en (4) leerlingen streng toespreken en onder druk zetten. De autonomie-ondersteunende aanpak van lesgeven is veel minder bekend en wordt veel minder toegepast maar is veel effectiever. Zij komt neer op: (1) geef leerlingen keuzemogelijkheden, (2) stimuleer dat leerlingen zelf dingen uitproberen en opstarten, (3) stimuleer dat leerlingen uitdagingen aangaan, nieuwe ideeën onderzoeken en volhouden als het moeilijk wordt, (4) bied optimale uitdagingen (noch te gemakkelijk, noch te moeilijk), (5) geef feedback die niet de persoon beoordeelt, (6) geef een betekenisvolle reden als je leerlingen iets vraagt te doen, (7) erken gevoelens en (8) schep mogelijkheden voor leerlingen om samen te leren (Deci & Ryan, 2002).

Johnmarshall Reeve en zijn collega’s hebben veel onderzoek gedaan naar de effecten van autonomie-ondersteuning in het onderwijs. Ook heeft hij 12 grootschalige interventies (zie Reeve & Su, 2014) gepleegd in scholen waarbij leraren een autonomie-ondersteunende manier van werken aangeleerd kregen. Wat interessant is, is dat leraren vaak aanvankelijk sceptisch reageren op de autonomie-ondersteunende aanpak. Zij geven vaak aan dat zij het gevoel hebben dat de aanpak (1) niet realistisch is en (2) erg moeilijk om aan te leren en in te voeren. Tijdens interventie krijgen de leerkracht uitleg (onder andere over hoe je structuur kunt aanbieden terwijl je autonomie ondersteunt) en doen ze enige ervaring op met reacties van leerlingen. Aan het einde van een dergelijk programma geven de leraren vaak aan dat de aanpak wel degelijk realistisch is en zelfs gemakkelijker is dan een strenge, meer autoritaire, aanpak.

Hieraan moest ik denken toen ik hoorde over het gesprekje tussen Gerard en Wim. Terwijl Gerard voor zijn ogen zag dat de klas in de les van Wim rustig aan het werk was, was hij toch sceptisch toen hij hoorde hoe Wim werkte en noemde hij deze aanpak naïef…

Het zou fijn zijn als docenten de gelegenheid zouden krijgen om kennis te nemen van de autonomie-ondersteunende aanpak en hier wat mee zouden kunnen uitproberen. Als ze eenmaal ontdekken hoe de aanpak werkt en wat de effecten ervan zijn op leerlingen dan worden ze vaak enthousiaster en gaan ze meer voor zich zien wat de waarde ervan is.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (34)
  • Bruikbaar (22)