Alfie Kohns misleidende kritiek op Carol DweckAlfie Kohn heeft een artikel geschreven met als titel The perils of “Growth Mindset” education: Why we’re trying to fix our kids when we should be fixing the system. Het artikel is kritisch over de populariteit van het groeimindsetconcept. Kohn schrijft dat de groeimindset een veelbelovend concept was dat echter gesimplificeerd is geraakt – iets waar Carol Dweck in de ogen van Kohn niet voldoende bezwaar tegen heeft gemaakt – en dat nu ingebed is geraakt in een conservatieve ideologie. Hoewel Kohn in artikel enkele valide punten naar voren brengt, ben ik het behoorlijk oneens met de algemene lijn van zijn betoog.

 

In het begin van het artikel definieert Kohn de groeimindset als volgt: “Kinderen doen het over het algemeen beter wanneer ze intelligentie en andere capaciteiten zien niet als vastliggende eigenschappen beschouwen die zij ofwel hebben of missen maar als attributen die kunnen worden verbeterd via inspanning”, wat een redelijke definitie is. Wat ik vreemd vind is dat hij vervolgens zegt dat Carol Dweck een serie monografieën heeft geschreven over een groot aantal jaren. Een monografie is een specialistisch artikel over een onderwerp meestal geschreven door 1 auteur. Wat Carol Dweck heeft gedaan is over een periode van tientallen jaren honderden wetenschappelijke artikelen publiceren tezamen met een groot aantal andere wetenschappers. Wat ik ook vreemd vind is dat hij zegt dat Dweck haar concept van incrementele theorieën heeft gerecycled toen ze het later de groeimindset is gaan noemen. Het woord recyclen geeft een indruk van luiheid en opportunisme, wat in mijn ogen zeer misplaatst is. Na het verschijnen van haar eerste boek (in 1999, niet in 2000) is zij even productief gebleven in het doen van onderzoek. Het woord recyclen suggereert een heel andere houding.

 

Laten we specifiek kijken naar enkele van de punten van zorg en kritiekpunten die Kohn heeft. Een eerste punt dat hij maakt, als ik het goed begrijp, is dat de brede aandacht die er nu is voor mindsets afleidt van andere belangrijke dingen die ook om aandacht vragen zoals: Wat moeten kinderen leren?, Hoe moet het curriculum eruit zien? en Hoe kunnen we het onderwijs verbeteren? Kohns vrees is dat sommige mensen de groeimindset kunnen misbruiken door alle verantwoordelijkheid voor het slagen of falen van het onderwijs bij de kinderen te leggen. Hoewel ik het ermee eens ben dat goed onderwijs zeker niet alleen een kwestie van groeimindsets is, vind ik Kohns kritiek niet fair. Dweck en haar collega’s hebben zeker niet betoogd dat groeimindsets het enige belangrijke onderwerp zijn of dat alleen de mindset van kinderen de kwaliteit van onderwijs bepaalt. Het is te gemakkelijk om iemand te bekritiseren die een bewering doet in de vorm van “X is belangrijk” vanwege de mogelijkheid dat die bewering door sommigen wordt begrepen als “Het enige dat belangrijk is is X”.

 

Een ander punt van kritiek van Kohn richt zich op inspanningscomplimenten, ofwel procescomplimenten, waarvan onderzoek van Dweck en haar collega’s heeft laten zien dat het veel effectiever is dan eigenschaps- of persoonscomplimenten. Kohn zegt dat inspanningscomplimenten ook gekenmerkt wordt door bepaalde problemen. Als voorbeeld geeft hij dat zij kinderen de boodschap kunnen geven dat ze niet erg capabel zijn en dat het niet waarschijnlijk is dat ze in toekomstige taken zullen slagen (“Als je me alleen maar complimenteert voor hard werken dan moet ik wel echt een loser zijn.”). Dat is een interessante hypothese maar waar is Kohns bewijs dat hij waar is? Ik betwijfel sterk of hij waar is (om het zacht uit te drukken) maar dat is een empirische kwestie.

 

Vervolgens schrijft hij dat complimenten een probleem op zich vormen. Kohn schrijft dat een substantiële literatuur heeft laten zien dat kinderen meestal uiteindelijk minder geïnteresseerd zijn voor waar ze voor gecomplimenteerd werden omdat nu hun doel alleen maar is geworden om de beloning of het complimentje te ontvangen. Ja, in het algemeen kan zo’n proces plaatsvinden (bij belonen) maar de ironie is dat dit onderzoek laat zien dat dit voor procescomplimenten niet het geval is.

 

Dat gezegd hebbend, sympathiseer ik wel met Kohns algemene pleidooi voor niet-oordelende feedback en begeleiding en onvoorwaardelijke ondersteuning. Ik heb de hypothese dat de essentie van groeimindsetbevorderende communicatie niet ligt in complimenteren. In plaats daarvan denk ik dat deze ligt in het (liefst subtiel) richten van de aandacht van het kind op het proces van effectief leren en preseteren. Overigens is het zo dat veel van de voorbeelden van groeimindsetbevorderende communicatie in de publicaties van Dweck en anderen helemaal niet erg stellend en oordelen zijn. Veel van die voorbeelden zijn belangstellende vragen en opmerkingen en tentatieve suggesties.

 

Dan noemt Kohn deze studie die in essentie laat zien dat de groeimindset geen gegarandeerde bescherming biedt tegen de destructieve gewoonte van selfhandicapping. Als zelfwaardering afhangt van schoolprestaties dan kunnen zelfs kinderen met een groeimindset blijven selfhandicappen. Hoewel dit heel interessant is en belangrijk om te weten, is het geen argument tegen de groeimindset. Het is alleen een herinnering dat de groeimindset niet een oplossing voor alles is. Maar … wie zou dat ooit willen beweren?

 

Dan beweert Kohn dat het hele idee van je richten op de mindsets van individuen impliciet de boodschap geeft dat we de condities die we tegenkomen gewoon maar moeten accepteren en ons eraan moeten aanpassen in plaats van ze te veranderen. Ik denk dat dit een misverstand is. Een groeimindset kan net zo goed betrekking hebben op je capaciteit om verbeteringen aan te brengen in je omgeving en om een bijdrage te leveren aan maatschappelijke progressie. Ook is de groeimindset niet alleen van toepassing op leerlingen maar even goed op volwassen, inclusief docenten, managers en beleidsmakers.

 

Wat ik denk dat Kohn in de loop van het artikel steeds meer doet is een stroporedenering hanteren. Hij schrijft bijvoorbeeld: “Het is niet helemaal toevallig dat iemand die in wezen tegen ons zegt dat attitudes belangrijker zijn dan structuren, of dat doorzettingsvermogen in zichzelf iets goeds is, ook meegaat in conservatieve sociale kritiek.” Hij impliceert dat Carol de ‘iemand’ is in deze zin. Of begrijp ik dit verkeerd? Als dat zo is, wie is dan die iemand? Hij heeft dus nu, blijkbaar, vastgesteld dat Dweck heeft gezegd dat attitudes er meer toe doen dan structuren. Bij mijn weten en naar mijn begrip zegt zij dat helemaal niet.

 

Al met al vind ik dit een misleidend artikel wat jammer is want het bevat een paar waardevolle gezichtspunten die als ze op een constructievere manier naar voren zouden zijn gebracht gebruikt hadden kunnen worden om een veel interessanter artikel te schrijven.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (2)