7 Sceptische opmerkingen over neuroplasticiteitOp deze site heb ik al diverse malen enthousiast geschreven over neuroplasticiteit (zie bijvoorbeeld dit, dit, ditdit, ditdit en dit). Volgens Wikipedia duidt neuroplasticiteit op veranderingen in de organisatie van de hersenen van individuen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring en kan het verschillende vormen aannemen: het kan optreden als onderdeel van de normale ontwikkeling, als onderdeel van leerprocessen bij normale volwassenen en na hersenletsel. Omdat ik geloof dat het verstandig is om bij het leren te pendelen tussen een houding van ontvankelijkheid en enthousiasme en een houding van scepsis of kritiek, leek het me goed om me eens te verdiepen in een paar kritische geluiden over (publicaties over) neuroplasticiteit. Ik doe dat aan de hand van enkele auteurs die zich een paar keer tamelijk sceptisch (en, in sommige gevallen, cynisch) hebben geuit over het begrip neuroplasticiteit of publicaties over neuroplasticiteit.

 

Vaughan Bell heeft op de website Mindhacks twee kritische posts geschreven over wat hij noemt de ‘neuroplasticiteitshype’. In de eerste, Neuroplasticity is a dirty word (2007) zegt hij dat het woord neuroplasticiteit een begrip is dat naar van alles en nog wat kan verwijzen en daarom een vaag begrip is. Hij noemt de volgende processen waar het naar kan verwijzen: 1) synaptische plasticiteit, 2) synaptogenese, 3) neuronale migratie, 4) neurogenese, 5) neurale celsterfte, 6) veranderingen in de dichtheid van witte en grijze stof en 7) functionele reorganisatie. Bell zegt dat je als lezer van berichten over neuroplasticiteit je altijd goed moet afvragen wat de schrijver nu precies bedoelt met wat hij schrijft. In de tweede, Neuroplasticity is not a new discovery (2010), erkent hij dat er veel nieuwe ontdekkingen zijn over de hersenen en de veranderbaarheid van de hersenen maar stelt hij dat de suggestie die vaak gedaan wordt dat neuroplasticiteit een nieuw concept is, onjuist is. Hij stelt dat er al in de 19e eeuw dicussies plaatsvonden onder wetenschappers over neuroplasticiteit en hij haalt diverse publicaties aan om de bewering te staven.

 

Neuroskeptic erkent in de post The limits of neuroplasticity (2010) dat ons brein plastisch is maar wijst erop dat deze plasticiteit grenzen kent. Hij illustreert deze stelling aan de hand van een bespreking van dit artikel: Growing up with bilateral hippocampal atrophy: From childhood to teenage. Interessant genoeg schrijft deze zelfde Neuroskeptic in 2011 een post genaamd Neuroplasticity revisited waarin een case beschreven wordt van een patiënt die flinke delen van haar orbitofrontale cortex ern ventromediale prefrontale cortex was verloren die na 1 jaar matige vooruitgang had geboekt maar bij een follow up assement na 7 jaar alsnog behoorlijke vooruitgang had geboekt. Neuroskeptic zegt: “I’ve previously been skeptical of some of the stronger claims of neuroplasticity or “brain remodelling”, but some parts of the brain are more plastic than others and the prefrontal cortex seems to be one of the most flexible.” Enkele jaren later zegt hij in een tweet “Neuroplasticity is a fascinating biological process but some people are basically making it into a religion” Wat hij hiermee precies bedoelt wordt me niet duidelijk.

 

Diverse andere sceptische reacties richten zich op specifieke auteurs, met name Norman Doidge, die twee bestsellers over neuroplasticiteit schreef. Mo Costandi, is een als neurowetenschapper opgeleide wetenschapsjournalist die zich ook af en toe sceptisch (/cynisch) uit over beweringen over neuroplasticiteit (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier). Ik vind het jammer dat ik nergens zijn uitleg kan vinden over de redenen waarom hij dingen zegt als ‘sounds like BS’ en ‘sounds really, really bad’. Wel vind ik het terecht dat hij impliciet wijst op het gevaar van vermenging van wetenschap en commercie. PZ Meyers, een bekende bioloog, die zich vaak cynisch uit over verschillende onderwerpen, schrijft in zijn post The neuroplasticity bait-and-switch, dat hij zich vaak ergert aan het misbruik van de term neuroplasticiteit. Hij windt zich vooral op over een interview met Norman Doidge (die hij ‘full of shit’ noemt) dat hij gelezen heeft. Hij maakt zich vooral kwaad over de suggestie dat neurowetenschappers zouden denken dat het brein statisch is en zichzelf niet kan herstellen omdat dat, zo zegt hij, precies het tegenovergestelde is van de werkelijkheid. Hij zegt dat het idee dat het brein verandert terwijl het werkt niet nieuw is maar dat de manier waarop dat precies gebeurt wel nieuw is. Vervolgens karakteriseert hij Doidge’s aanpak als een denk-jezelf beter aanpak en zegt hij dat Doidge wetenschappelijke inzichten mengt met kwakzalverij en hype en noemt hij Doidge een kwakzalver.

 

Ik zal deze punten zoveel mogelijk recht proberen te doen door ze hieronder puntsgewijs samen te vatten. Tevens zet ik mijn eigen korte commentaar erbij.

 

  1. Neuroplasticiteit is niet 1 ding maar een verzamelnaam voor een aantal processen. Mijn commentaar: Daar ben ik het uiteraard mee eens al zie ik niet zozeer waarom het een bezwaar is om de verzamelnaam ‘neuroplasticiteit’ te gebruiken. We kunnen immers ook de naam vervoermiddelen gebruiken terwijl we dondergoed beseffen dat het om fietsen, auto’s, boten, vliegtuigen, etc gaat.
  2. Journalisten en schrijvers verwijzen vaak naar neuroplasticiteit zonder precies te zeggen over welk soort neuroplasticiteit ze het hebben. Mijn commentaar: hier kan ik het alleen maar mee eens zijn. Als je leest over een bepaalde claim (bijvoorbeeld als iemand beweert ‘slecht slapen kan je IQ voor de volgende dag met 1 standaardeviatie verlagen’ o.i.d. zou ik altijd vragen: “Welk onderzoek heeft dat aangetoond? Kun je me een linkje sturen zodat ik het zelf kan nalezen?).
  3. De suggestie dat het begrip neuroplasticiteit nieuw is, is onterecht. Mijn commentaar: prima.
  4. De suggestie dat neurowetenschappers geloven dat het brein niet kan veranderen, is onjuist. Mijn commentaar: Dat geloof ik zeker. Maar de wereld bestaat niet alleen uit neurowetenschappers. Wat artsen, psychologen, coaches, therapeuten en leken denken over de plasticiteit van het brein is ook belangrijk. En mijn ervaring is dat lang niet iedereen op  de hoogte is van het feit dat het brein steeds verandert en dat het zich in veel opzichten kan herstellen. Een klein voorbeeld: niet zo lang geleden kreeg ik een email van een ‘expert in talentontwikkeling’ die me -letterlijk- schreef: “Dat zich na het vierde levensjaar nog nieuwe verbanden (synapsen) in de hersenen zouden ontwikkelen…? Dat is begreep ik biologisch gezien slechts zeer beperkt het geval.”
  5. Neuroplasticiteit kent grenzen. Mijn commentaar: natuurlijk. Ik weet overigens niet wie beweert dat dat niet zo is.
  6. Norman Doidge is niet de uitvinder van neuroplasticiteit. Mijn commentaar: het kan aan mij liggen maar naar mijn indruk beweert hij dit ook niet.
  7. Sommige sceptici vinden dat er een hype rondom neuroplasticiteit bestaat en waarschuwen tegen kwakzalverij, commerciële misleiding en het scheppen van valse hoop. Mijn commentaar: op zich goede punten al moet ik zeggen dat hun kritiek in mijn ogen vaak niet erg gedetailleerd onderbouwd is en nogal eens cynisch-emotioneel geformuleerd is wat het in mijn ogen minder overtuigend maakt. Heel terecht vind ik de waarschuwing tegen de vermenging van wetenschap en commercie. Ik heb hierop nog geen uitgekristalliseerde visie maar ben het ermee eens dat commercie corrumperend kan werken en wetenschap kan ondermijnen. Over het punt van valse hoop wil ik opmerken dat er ook zo iets is als het wekken van een verwachting van valse wanhoop, of misplaatst fatalisme.

 

Tot zover deze beknopte sceptische verkenning van neuroplasticiteit. Vergeet ik belangrijke kritiek op neuroplasticiteit? Laat het me weten.

 

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (3)