7 Mythes rondom meditatieMeditatie is erg populair aan het worden. Veel onderzoek suggereert dat het veel voordelen heeft. Maar er zijn redenen om sceptisch te blijven. 

 

Eerder schreef ik al enkele berichten over mindfulness meditatie. Ik schreef bijvoorbeeld over onderzoek dat laat zien dat mindfulness meditatie uiteenlopende voordelen heeft voor je lichaam en je geest (zie hier, hier en hier).  Ook schreef ik een bericht over enkele punten van zorg die ik heb over mindfulness meditatie. In dat artikel stelde ik dat we feitelijk nog weinig weten over wat we precies onder mindfulness meditatie moeten verstaan, welke aspecten ervan precies werken en hoe ze precies werken. Ook uitte ik mijn zorg over het hype-karakter van mindfulness meditatie (dat denk ik in de VS en UK wat sterker is dan in NL) en waarschuwde ik voor overdreven verwachtingen. De laatste tijd heb ik wat meer kritische stukjes gelezen over mindfulness mediatie. James Coyne, bijvoorbeeld, is een van de onderzoekers die uitermate kritisch is over beweringen over mindfulness meditatie (hier kun je een recent artikel van hem lezen).

 

Een ander, wat toegankelijker artikel, is van de hand van Catherine Wikhol: Seven common myths about meditation. Zij beschrijft de volgende 7 mythes over meditatie:

 

Mythe 1: Meditatie heeft nooit nadelige of negatieve effecten. Het verandert je ten goede en alleen ten goede. Wikhol zegt dat negatieve effecten wel degelijk mogelijk zijn (zoals het opkomen van verontrustende emoties) en dat onderzoek naar negatieve effecten door wetenschappers vaak wordt vermeden, waarschijnlijk vaak omdat zij zelf betrokken zijn bij de meditatiebeweging. Toch neemt het bewijs voor negatieve effecten toe (zie hier).

 

Mythe 2: Iedereen kan baat hebben bij meditatie. Hier is volgens Wikhol geen bewijs voor. Zij wijst erop dat wat voor de ene persoon vaak werken kan, voor anderen niet kan werken. En wat in de ene context, of bij het ene probleem, werkt, in de andere context, of bij een ander probleem niet kan werken.

 

Mythe 3: Als iedereen zou mediteren zou de wereld een veel betere plek zijn. Ook hiervoor is geen bewijs volgens Wikhol. Zij wijst er ook op dat zoiets moeilijk te bewijzen is.

 

Mythe 4: Als je persoonlijke verandering en groei zoekt is mediteren even efficiënt als – of efficiënter dan- therapie. Ook hiervoor is volgens Wikhol zeer weinig bewijs.

 

Mythe 5: Meditatie produceert een unieke toestand van bewustzijn die we wetenschappelijk kunnen meten. Wikhol: Hoewel meditatie wel een bepaalde meetbaar toestand van bewustzijn opwekt, is er geen bewijs dat die uniek is (alleen door meditatie kan worden opgewekt) en wat de precieze effecten van die toestand zijn.

 

Mythe 6: We kunnen meditatie beoefenen als een puur wetenschappelijke techniek zonder religieuze of spirituele neigingen. Wikhol: Hoewel meditatie zonder spirituele of religieuze bijklanken in principe mogelijk zou moeten zijn, is de praktijk dat meditatiebeoefenaren meestal spiritueler worden.

 

Mythe 7: De wetenschap heeft ondubbelzinnig laten zie hoe meditatie ons kan veranderen en waarom. Wikhol: Meta-analyses hebben wel wat bewijs opgeleverd dat meditatie bepaalde veranderingen teweegbrengt maar niet hoe krachtig en duurzaam die veranderingen zijn. Ook mist een duidelijk model hoe meditatie werkt.

 

Wikhols artikel is wat mij betreft een goede reminder dat het verstandig is om open minded maar ook kritisch te blijven kijken naar aanbod van diensten op het gebied van psychologie en gezondheid, zoals mindfulness meditatie.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)