De belangrijkste toepassingen van de progressiegerichte aanpak liggen in het voeren van gesprekken. Hieronder staan vier belangrijke progressiegerichte aannames over effectieve gesprekken:

  1. Sturen op nut maakt gesprekken nuttiger
  2. Erkenning voor het perspectief van de ander maakt gesprekken productiever
  3. Een focus op bereikte en gewenste progressie levert motivatie en ideeën op
  4. Gerichtheid op gewenst gedrag verlaagt de drempel om in actie te komen

 

1. Sturen op nut maakt gesprekken nuttiger

Een effectieve manier om gesprekken nuttig te maken, is door te sturen op nut. In gesprekken waarbij je iemand wilt helpen, kun je sturen op nut door te beginnen met het stellen van nuttigheidsvragen. Deze vragen geven de ander de gelegenheid om te vertellen wat ze nuttig zouden vinden om te bespreken en wat ze graag zouden willen dat het gesprek voor hen zou opleveren. Ook tijdens het gesprek kan het zinvol zijn om af te toe te vragen of het gesprek nuttig is voor de ander. In andere soorten gesprekken, zoals stuurgesprekken is het ook zinvol om te sturen op nut. Als je een stuurgesprek gaat voeren, is het goed om van tevoren duidelijk te bedenken wat je wilt dat het gesprek gaat opleveren en hoe je het gesprek zou willen voeren. Dit kun je dan meteen aan het begin van het gesprek vertellen aan de ander. Door te sturen op nut maak je gesprekken nuttiger omdat het voor beide gesprekspartners duidelijk is wat de reden is om het gesprek te hebben.

 

2. Erkenning voor het perspectief van de ander maakt gesprekken productiever

Om in een gesprek serieus genomen te worden door de ander, is het nodig dat die ander zich door jou ook serieus genomen voelt. Dit heeft te maken met het zogenaamde reciprociteitsprincipe. Dit principe houdt in dat we geneigd zijn om terug te geven wat we krijgen. Benaderen we onze gesprekspartners vriendelijk en respectvol dan neemt de kans toe dat zij ons ook zo zullen bejegenen. Een belangrijke manier om onze gesprekspartners serieus te nemen, is door ruimte te bieden voor hun perspectief en door dit perspectief te erkennen en te benutten. Zelfs wanneer de ander dingen zegt die ons in eerste instantie vreemd in de oren klinken, werkt het goed om dit perspectief te erkennen en verder te onderzoeken. Werken vanuit een houding van niet-weten is realistisch en praktisch. Realistisch omdat de situatie en belevingswereld van de ander per definitie complex en grotendeels onbekend is voor ons. Praktisch, omdat een houding van niet-weten, een onderzoekende houding dus, de ander activeert en helpt zijn of haar perspectief te ontwikkelen in een steeds constructievere en realistischere richting.

 

3. Een focus op bereikte en gewenste progressie levert motivatie en ideeën op

De negativiteitsbias verklaart waarom we in gesprekken nogal eens over problemen praten. We zien vaak gemakkelijk wat er niet goed gaat en minder gemakkelijk wat er al wel goed gaat. Ook kunnen we gemakkelijker benoemen wat we niet willen dan wat we wel willen. Gesprekken worden vaak goed door via goede vragen het negatieve om te buigen naar het positieve. Door in gesprekken te focussen op al bereikte progressie en op verder gewenste progressie kun je ze heel motiverend en zinvol maken. Door bereikte progressie in kaart te brengen, krijg je zicht op wat al heeft gewerkt en is bereikt. Dit versterkt een gevoel van competentie en optimisme en levert vaak ook al wat ideetjes op voor vervolgstappen. Door gewenste progressie te definiëren, krijg je een gevoel van richting waardoor je weet waar je je energie op moet gaan richten. Een helder beeld van de gewenste progressie stemt hoopvol en geeft enthousiasme en energie.

 

4. Gerichtheid op gewenst gedrag verlaagt de drempel om in actie te komen

Een uitstekende manier om gesprekken heel nuttig te maken, is door steeds door te vragen naar het niveau van gewenst gedrag. Je kunt in het gesprek steeds vragen stellen over het gewenste gedrag in de toekomst, het heden en het verleden. Gewenst gedrag in de toekomst geeft weer hoe de ander zich wil gaan gedragen en wat het voordeel daarvan is. Gewenst gedrag in het heden is wat je nu al doet dat werkt. Gewenst gedrag in het verleden is wat de ander eerdere situaties al eens heeft gedaan dat heeft gewerkt. De focus op gewenst gedrag maakt het onderwerp dat je bespreekt concreet. Een voordeel hiervan is dat je gesprekspartners voor zich gaan zien wat ze zouden willen gaan doen, al doen en al hebben gedaan. Dat ze het voor zich kunnen zien, versterkt hun vertrouwen dat ze er meer van kunnen gaan doen. Een focus op gewenst gedrag maakt doelen niet alleen concreet maar ook klein en laagdrempelig. Door aan het eind van het gesprek te vragen naar de eerste stapjes vooruit, wordt het voor die ander heel gemakkelijk om in actie te komen.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (5)
  • Bruikbaar (4)